Op woensdag 25 april 2018 vond in buurthuis Kalsdonk de seniorenmiddag plaats rond het thema ‘Krachtig ouder worden’. Dit thema werd ingeleid door Anja Machielse, bijzonder hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht. Er waren 44 mensen op dit thema afgekomen.

 Prof. Machielse startte haar inleiding met de uitspraak van de 88-jarige Rotterdammer, dhr. Bakker: ‘Ik heb nooit kunnen denken dat ik, na zo’n gelukkig leven, zo verdrietig zou zijn. Ik heb nooit gedacht dat mensen zo ongelukkig kunnen zijn als ik de laatste jaren.’ Na een gelukkig huwelijk was hij weduwnaar geworden. Door zijn leeftijd waren er steeds meer mensen waar hij een bijzondere band mee had gehad weggevallen, was zijn sociale netwerk erg gekrompen. En als je dan ook geen kinderen hebt… Dit verhaal voerde prof. Machielse naar het belang van sociale verbondenheid, ook bij ouderen.

Het fundamentele belang van sociale verbondenheid

Sociale relaties voorzien in fundamentele sociale bestaansvoorwaarden en vormen een belangrijk sociaal kapitaal. Zo zijn sociale contacten, de manier waarop anderen naar jou kijken en je waarderen zeer belangrijk in de ontwikkeling van de eigen identiteit en het zelfrespect. Bovendien zorgen deze contacten voor een goede sociale integratie.

Iedereen heeft er behoefte aan ergens bij te horen, bijvoorbeeld bij het gezin, de familie, een vereniging, de parochie,… Een plek waar men je kent, waar je jou kunt tonen in alle kwetsbaarheid. Groepen waar je iets mee deelt, waar je geborgenheid vindt. Deze contacten bieden ook sociale steun. Dat kan heel praktisch zijn, zoals het doen van boodschappen voor jou wanneer je ziek bent. Maar ook emotioneel: je kan je verhaal bij hen kwijt wanneer moeilijke dingen jou overkomen. Of ze zorgen eenvoudigweg voor gezelschap en gezelligheid. Zonder deze sociale contacten kun je je leven eigenlijk niet goed vormgeven. Van belang is dan wel de kwaliteit van die contacten.

De invloed van maatschappelijke veranderingen

Afgelopen decennia hebben grote maatschappelijke veranderingen de uitbouw van een sociaal netwerk behoorlijk beïnvloed. Vroeger bleef je vaak je hele leven in hetzelfde dorp of dezelfde stad wonen. Zonder veel moeite kende je heel veel mensen. In de huidige samenleving, die sterk getekend wordt door individualisering, moet je vooral zelf veel meer moeite doen en zelf het initiatief nemen om contact te leggen met mensen.

Veel mensen waren vroeger ook lid van een kerkgemeenschap. Deel uitmaken van die gemeenschap voelde vertrouwd en gaf een zekere geborgenheid. Door de secularisering is dit voor velen weggevallen. Dan zijn er nog de economische en culturele ontwikkelingen. Het is veel makkelijker om de landsgrenzen over te steken en te reizen. Ook verre reizen kunnen door steeds meer mensen ondernomen worden. De actieradius van de ‘gewone burger’ is dus veel groter geworden.

Tegelijkertijd is de samenleving veel multicultureler geworden, zijn er steeds meer invloeden van andere culturen op de Nederlandse samenleving waarneembaar. De technologische ontwikkelingen zorgen bovendien voor een makkelijker contact met elkaar. Als gevolg van al deze ontwikkelingen ligt in de Nederlandse samenleving de klemtoon in de zorg tegenwoordig op autonomie en zelfredzaamheid. Maar solidariteit en gemeenschapszin zijn inmiddels behoorlijk verminderd, hetgeen grote gevolgen heeft voor het privéleven. Daar worden veel meer eisen aan ons gesteld. Dit alles doet de vraag stellen: wat is er tegenwoordig nodig om deel te kunnen nemen aan het sociale en maatschappelijke leven?

Wat betekent dit alles meer specifiek voor ouderen?

De hedendaagse overheid neemt als uitgangspunt dat ouderen langer thuis blijven wonen. De meeste ouderen willen dat eigenlijk ook graag. Maar soms lukt het gewoon niet, is het niet vol te houden. In het beleid van de overheid staat evenwel zelfredzaamheid van de ouderen centraal, gelden de eigen regie en verantwoordelijkheid als norm. Maar, dat is wel afhankelijk van de mensen om je heen. Die norm kan je niet in je eentje halen, daar heb je anderen voor nodig. ‘Redzaamheid’ zou je kunnen omschrijven als ‘het vermogen om mee te doen in de samenleving, eventueel dankzij een ondersteunende omgeving’. Als we vervolgens naar de situatie van ouderen kijken, dan zien we dat:

  1. zij vaak te kampen hebben met ziekten en aandoeningen;
  2. makkelijk beperkt raken in hun dagelijks functioneren;
  3. er bij hen een toenemende zorgbehoefte ontstaat.

De sociale kwetsbaarheid is bij ouderen hierdoor groter dan bij jongeren. Op allerlei terreinen in het leven is er sprake van verlies. Sociale verliezen bijvoorbeeld: hun sociale netwerken raken op natuurlijke wijze uitgedund door het overlijden van broers en zussen, vrienden, etc. Zo getuigt een vrouw van 91 jaar: ‘Ik had zes broers en een zus, en ik was de jongste. Maar als je de jongste bent, dan blijf je alleen achter, dan gaat alles om je heen weg, dat verdwijnt. Vrienden ook. In een tamelijke korte tijd, misschien in een jaar of vijf, is het allemaal weggevallen.’

Er is verlies van emotionele steun, zeker bij het verlies van een partner. Bij een dergelijk verlies is het vaak moeilijker vriendschappen te onderhouden: niet iedereen kan goed omgaan met het verdriet van een ander.

Er is het verlies van gezondheid. Ook dat heeft gevolgen voor het contact met anderen. Bij een langdurig ziek zijn haken mensen meer dan eens af qua vriendschap. Maar, omgekeerd wil men ook niet meer iedereen over de vloer krijgen. Niet iedereen ziet het zitten om in pyjama visite te ontvangen. Aldus blijft er vaak maar een select groepje sociale contacten over.

Er is het verlies van de eigen onafhankelijkheid. Een zeer moeilijk punt dat voor veel innerlijke strijd zorgt. Men wil niet afhankelijk zijn, maar men is het wel.

Tot slot is er het verlies nog aansluiting te vinden bij de samenleving. Men ziet voor zichzelf geen maatschappelijke rol meer. Men heeft het gevoel niet meer mee te tellen: oud = out. Vaak heeft dit ook te maken met een bepaalde beeldvorming. Men heeft het gevoel vooral voor overlast te zorgen en een kostenpost te zijn.

Onderzoek laat zien dat de eenzaamheid met name onder 75-84 jarigen enorm groot is: 37% is niet eenzaam, 53% is matig eenzaam en 10% is ernstig eenzaam. Bij 85+ lopen deze getallen verder op (22% is niet eenzaam, 63% matig, 15% ernstig eenzaam).

Wat ouderen zelf belangrijk vinden         

Om de zelfredzaamheid en het langer zelfstandig thuis wonen te ondersteunen heeft de overheid een ‘toolkit’ met allerhande praktische zaken ontworpen. Maar wat vinden ouderen nou zelf belangrijk?

Ouderen vinden vaak heel andere dingen belangrijk dan de zaken die de overheid aanbiedt. In hun ogen heeft gezondheid niet alleen met de lichamelijke en geestelijke toestand van iemand te maken. Gezondheid kent veel meer dimensies. Liever hanteert men tegenwoordig een nieuwe definitie van gezondheid, namelijk het gaat om het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk de eigen regie te voeren.

Een van die dimensies van gezondheid is zingeving. Daar gaat het eigenlijk vooral om bij ouderen. Betekenisvolle anderen vormen juist een belangrijke bron van zingeving. Bij zingeving kan je denken aan: de ervaring van zelfwaarde, competentie (Kan ik zelf nog bepalen wat, hoe en wanneer iets gebeurt met mij?), coherentie (Hoe kijk ik terug op mijn leven? En dat samen met anderen kunnen delen), een doel in het leven, verwondering (Heb ik ergens plezier aan gehad? Of is het leven een sleur geworden?), morele rechtvaardiging (Hoe heb ik mijn leven geleid? Wat met hetgeen er nooit van gekomen is?) en verbondenheid met anderen.

Hier botsen we op de paradox van het ouder worden: er is de groeiende aandacht voor levensvragen, voor vragen over zingeving en de toenemende behoefte aan betekenisvol contact. Tegelijkertijd is er juist een krimp van het sociale netwerk en een vermindering van de mogelijkheden om contacten te onderhouden.

Vijf aandachtspunten

In de benadering van ouderen zijn volgens prof. Machielse met name de volgende vijf zaken belangrijk:

  1. Gezien worden en gekend zijn. Of zoals een vrouw van 86 jaar zegt: ‘Ik zou wel willen dat mensen wat meer naar me omkeken. Ze kijken helemaal niet naar me… Ze kijken ook nooit eens naar binnen, ze zullen nooit eens een hand opsteken.’

  2. Erkenning, gezien worden als iemand die ertoe doet en niet het gevoel krijgen een probleemgeval en incapabel te zijn.

  3. Nabijheid. Van waarde is dat de ander goed kan luisteren, oprechte aandacht toont en de juiste reactie geeft.

  4. Afgestemde hulp. Een 68-jarige vrouw zegt hierover: ‘Ze luistert naar me. Als ik nerveus ben, begin ik te ratelen, en zij pikt er precies de dingen uit waar het echt om gaat. Ze laat me maar gaan. En als ik uitgerateld ben, komt ze met een paar stappen aanzetten. Dan heeft ze precies het goede eruit gepikt.’

  5. Het tempo van de oudere volgen. Niet dwingen, niet bemoederen, maar voeling hebben voor wanneer men ergens aan toe is.

Wat betekent dit nu?

Hulp is vaak gericht op het bevorderen van de zelfredzaamheid van de oudere en wordt vaak vooral praktisch ingevuld. De behoefte van de oudere is vooral aandacht voor het sociale, voor levensvragen en zingeving. Als we inspelen op deze behoeften vergroten we  uiteindelijk de weerbaarheid van de oudere.

Pastor Petra Versnel

designed by PJM Rademakers